Voedselproductie starten onder water? | video

Noli, Italië. Een prachtig Italiaans dorpje aan de Middellandse zee. En daar, in Noli, staat een onderwaterboerderij: Nemo’s Garden. Een familiebedrijf van Sergio en Luca Gamberini. Vader en zoon. We belden met Luca, die werkt als Marketing Manager bij het bedrijf.

Het ontstaan van Nemo’s Garden
“We telen kiemplantjes op zo’n zeven meter diepte. Munt, oregano, basilicum, echte Italiaanse kruiden. Daarnaast wordt er geëxperimenteerd met verschillende producten.” Het begon allemaal vijf jaar geleden, toen Sergio Gamberini tijdens zijn vakantie in Noli na zat te denken over de oceaan. Dat daar zo veel ruimte is, hoe goed het zou zijn om gebruik te maken van die ruimte, om het te gebruiken voor voedselproductie. Want ja, de zee heeft een vrij constante temperatuur, in tegenstelling tot het land. En zo ontstond Nemo’s Garden, een onderwaterboerderij waar door middel van biosferen planten groeien.

De biosferen, grote ronde ‘bellen’ die met kettingen in de zeebodem vastzitten, worden in de kustlijn geplaatst. Elke biosfeer staat in verbinding met een controletoren op het land. Luca Gamberini: “Alle biosferen zijn weer verbonden aan een ‘Tree of Life’. De biosferen vangen lucht, waardoor er een luchtkoepel ontstaat. Het condens dat door de zon veroorzaakt wordt, creëert druppels zoet water. Deze druppels vallen naar beneden, op de plantjes. Net als een broeikas, maar dan in zee.”

In principe staan de biosferen altijd in het water, ook in de winter. “Dan hebben we er maar drie, in de zomer gaan we naar zes. Dit doen we omdat er minder zinuren zijn in de winter, daarnaast is het zicht een stuk slechter.”

(Tekst gaat verder onder filmpje)

Toekomstperspectief
We vragen Luca naar de plannen voor komende zomer. “We gaan meer wetenschappelijk onderzoek doen!”, zegt hij enthousiast. Hij geeft aan een nog betere constructie te willen verzinnen voor de opstelling in Noli. Daarnaast is het bedrijf afgelopen jaar flink gegroeid. Zo hebben ze nu drie permanente opstellingen staan, een in Noli, Belgie (Todi) en in Florida en zijn ze in gesprek met partijen in Dubai en Turkije.

Op de vraag of we Nemo’s Garden binnenkort overal ter wereld kunnen zien, antwoordt hij lachend: “Als het er tropisch genoeg is, zou het theoretisch gezien kunnen. Het hangt echt af van wat je wilt telen. Het is niet bewezen dat dit de beste manier is om voedselconsumptie voor mensen creëren, er is nog veel onderzoek nodig. Maar het idee werkt, en mensen in universiteiten doen onderzoek naar dit onderwerp.” Zo heeft SummerLabb tijdens Beurs Duikvaker de Familie Gamberini voorgesteld aan Steven Groot, van de Wageningen University and Research. Samen spraken zij over zaden die mogelijk gebruikt kunnen worden in de toekomst. “Het is een kwestie van tijd, de juiste temperaturen vinden en vooral het zoeken van de juiste locaties. Dat maakt het interessant”, aldus Luca.

Samenwerking met Nederland
“Nemo’s Garden is een heel interessant initiatief,” aldus Steven Groot. “Met behulp van techniek realiseren ze een combinatie van de tot nu toe verschillende werelden van landbouw en de zee. Een groot voordeel van de teelt onder water is de constante temperatuur waardoor de planten niet blootgesteld worden aan een stress van een soms te hoge temperatuur overdag of te koud gedurende de nacht. Een forse uitdaging is om planten te laten groeien bij de hoge luchtvochtigheid binnen de biosferen. Vooral schimmelziekten kunnen dan zeer gemakkelijk toeslaan. De Italiaanse kruiden waarmee nu geëxperimenteerd wordt zijn daar weer niet zo goed tegen bestand. Misschien moeten we methoden ontwikkelen om te voorkomen dat de schimmels de biosfeer binnen komen, of moet er een oplossing komen waarbij de luchtvochtigheid omlaag gebracht kan worden”.

“Ik denk ook aan andere soorten planten, zoals planten uit de tropische regenwouden, die gewend zijn om bij een hoge luchtvochtigheid te groeien. Het goede van vader en zoon Gaberini is dat ze zich niet door tegenslagen van hun gedroomde pad af laten slaan. Ze vinden telkens nieuwe oplossingen. Ik hoop dat we daar vanuit Wageningen University & Research een bijdrage aan kunnen leveren.”